Met alle Thailand-posts in het achterhoofd is het tijd om het eens te delen: ik ben bang om te vliegen.

Vanaf het moment dat ik kan aftellen naar de vlucht, sluimert er een knoop in mijn maag, hangt er een soort hamer boven mijn hoofd die elk moment neer kan dalen. Het komt er weer aan. Het is bijna zover. Nog maar vijf dagen. Nog maar vier dagen.. Nog maar drie…

Als het er nog maar twee zijn, word ik zenuwachtig en begin ik moeite te krijgen me op andere dingen te focussen. Normale gesprekken voeren zonder dat mijn hoofd afdwaalt is bijna niet meer mogelijk en ik begin mijn meerdere mantra’s al als een onophoudelijke cirkel op te dreunen in mijn hoofd.

Er vliegen zoveel vliegtuigen op een dag. De piloten willen ook gewoon naar huis. Er gaan zoveel vliegtuigen. Er gaan zo-veel vliegtuigen.

Met zweethanden neem ik plaats op mijn stoel. Ik kan het nog net opbrengen me te ergeren aan de persoon voor me die de stoel te snel en te ver naar achteren doet en vanaf dat moment is het aftellen. Met films op de langere vluchten en met liedjes op de korte. Pas als het lampje ‘riemen vast’ aangaat, kan ik eindelijk weer een beetje rustig ademhalen. We zijn er bijna.

Tijdens onze trip door Azië heb ik zeven vliegtuigen in drie weken gehad. Zeven! Niet dat ik het wilde, ik had al mijn hoop op de nachttreinen gezet maar die waren overvol en dus hadden we geen keus.

Ik ben niet altijd bang geweest. Pas toen we vanwege een onweersbui vast zaten boven Düsseldorf, er onweer in ons vliegtuig sloeg en ik ineens realiseerde waar ik me eigenlijk bevond, ben ik zenuwachtig. En die zenuwen zijn de laatste tijd meer angst te noemen. Ik hoop maar dat het net zo snel weg zal gaan als het ooit gekomen is. Maar tot die tijd blijf ik mijn mantra’s maar herhalen.

Er gaan zoveel vliegtuigen. De piloten willen ook naar huis. Er gaan zoveel vliegtuigen. Er gaan zo-veel vliegtuigen.

Vlieg jij graag of zie je er ook altijd zo tegenop?

Share: