Het is een heuse wervelwind geweest de afgelopen paar maanden. Hoge hoogtes en nog diepere dalen heb ik gevoeld. Van positieve plussen naar verdrietige minnen. Het was alsof ik op een strand stond, koud en alleen. Te weinig kleding voor de donkere wolken die links van me af en toe onweer en helse buien op me afvuurden terwijl rechts de zon zo haar best deed ze te verdrijven. Een groots gevecht met twee uitersten.

Het lijkt dramatisch en, even tussen ons gezegd en gezwegen zonder filter, dat was het ook. ‘Was’ inderdaad. Het is nog wat vroeg maar de zon heeft langzaam stukjes van de donderwolken weten te verdrijven. Ze zijn er nog, liggen op de loer en slaan toe als ik te veel van de zon lijk te genieten. Maar ik voel ze aankomen, merk hoe lang ik ze kan negeren voordat ik er even aan toe moet geven. En dat toegeven is soms best zwaar.

Ik was iemand die graag heel hard werkte en na het werk nog online leuke dingen deed, ’s avonds genoot van mooie momenten met lieve mensen en tussendoor nog plannen maakte voor de toekomst. Het kon niet op. Een eind leek niet in zicht, ik had een bijna oneindige stroom aan energie en zin om dingen te ondernemen. En nu wéét ik dat die stroom van energie niet oneindig is. Vooral nu, ik kan echt per dag maar een fractie van wat ik eerst deed. En dat is slikken maar blijkbaar heb ik die rust hard nodig. Mijn grenzen begin ik duidelijk te ontwaren door die wirwar van verdriet heen. Er zitten grenzen aan mijn kunnen en voor het eerst vind ik dat helemaal niet erg.

Share: