Het gaat de laatste tijd niet zo goed. Zo. Dat is eruit. Ik blijf maar rennen en rennen en rennen en rennen en ik ben op. OP.

Dit wordt een hele, hele open post. Niet omdat ik zo nodig mijn verhaal kwijt moet, maar omdat ik van zo veel mensen om me heen hoor dat ik niet de enige ben die hiermee worstelt. Open en eerlijk en wie weet help ik er nog wel iemand mee.

Eerder schreef ik nog dat mijn to do-list langer was dan mijn bullet-journal aan kon, ondertussen schrijf ik ‘m niet eens meer omdat ik alleen al instort bij het zien van wat er nog moet gebeuren. Een maand geleden zat ik af en toe nog even bij te komen op de bank, nu kom ik er niet meer van af. Het lukt niet meer. Ik zit vastgelijmd. Kan níks meer.

Eind maart was een soort symbolische grens. Op 29 maart was mijn laatste werkdag bij mijn oude werkgever en ik heb daar zo tegenaan gehikt. Niet omdat ik niet weg wilde maar omdat het vanaf dat moment écht zou beginnen. Ik kon dan écht gaan werken aan alle mooie plannen en ‘mijn toekomst’. De weken voor eind maart kon ik al niks anders meer dan werken, slapen, eten en nog meer slapen, misschien was dat al wel een teken dat ik rustiger aan moest doen. Maar die symbolische grens zat zó in mijn hoofd, ik had daar zó veel druk op gelegd, dat ik die echt niet kon verschuiven. En dus ging ik door.

Ik heb de tekenen dat ik rust moest nemen keer op keer genegeerd. Van werk naar huis, naar een etentje of feestje, vervolgens een weekend weg, mensen op bezoek, taarten op bestelling, druk bezig met nieuwe projecten, nog een extra klus erbij en tussendoor talloze avondjes in de kroeg. Door, door, door. Eerder was dat ook nooit een probleem. Ik ben iemand die doorrent, die honderdmiljoen dingen tegelijkertijd doet en daar zó veel energie van krijgt dat er nog wel drie nieuwe projecten bij kunnen. Maar die Eva ken ik nu niet meer terug.

Als ik boodschappen moet doen, voelt het alsof ik de halve marathon moet lopen. Ik ben al uitgeput nog voordat ik mijn jas heb aangetrokken. Waar ik eerst energie kreeg van drie afspraken op een dag, tussendoor nog een beetje bloggen en een nieuwe taart bakken, raak ik nu bijna in paniek als ik na een een Skype-afspraak nog ergens heen moet. En dus plan ik nu nog maar één ding per dag in. Werken óf bloggen, ’s middags iets doen óf ’s avonds naar de kroeg. Ik moet mezelf leren kiezen, moet mezelf in toom houden en niet alles tegelijkertijd laten doen. Want blijkbaar kan dat nu even niet meer.

Jezelf niet meer herkennen, niet meer weten hoe je in elkaar zit en waar je wel of niet mee om kan gaan, het is iets vreemds en brengt een raar soort onzekerheid met zich mee. Daarbij moet ik nu echt afspraken gaan afzeggen, óók de leuke.. maar wat nou als ze mij dan vergeten? En kan ik mensen überhaupt vertellen waar ik mee worstel zonder een slappe zeurpiet te zijn? Die onzekerheid hangt als extra dimensie boven deze chaos. Alles aangestoken door elkaar.

Het is een feest jongens. Niet normaal. Had ik nu maar de energie om een taartje te bakken.

Share: