Terwijl ik dit schrijf, had ik op therapie moeten zijn maar dankzij een platte achterband zit ik thuis. Een moment van bezinning, zoals ik er zoveel heb gehad de laatste tijd. En een mooi moment om me eens aan deze blog te wagen, want wat is er nou precies aan de hand?

In april schreef ik mijn eerste blogpost, het ging toen al een poosje niet zo goed en dat was geen verrassing. Die sneltrein met slecht nieuws zag ik ver van te voren al aankomen en ik besloot even “rust” te nemen. “Rust” ja, want achteraf gezien was stilstaan alles behalve wat ik deed. Na willekeurig wat afspraken af te zeggen, dacht ik dat ik goed bezig was en begon ik langzamerhand weer mijn oude tempo op te pakken. In juni schreef ik dan ook optimistisch dat het al veel beter ging. Stiekem voelde ik me echter niet veel beter, ik rende wel maar viel vaak huilend neer.

Het hoge woord

Na een paar sessies bij mijn huisarts en een emotioneel bezoekje aan een KNO-arts, was het hoge woord eruit: ik, Eva, had een burn-out. Ik kan dit nog steed niet zo goed bevatten. Ik voelde me jarenlang onoverwinnelijk en, zoals ik in april ook al schreef, rende altijd zonder moeite door. Hoe kan het dan zo zijn dat ík een burn-out heb? Ik kan toch álles aan?!

En eerlijk gezegd, overvalt me dat gevoel nog regelmatig. Als ik me moet klaarmaken voor een afspraak, nog even boodschappen moet doen, wat wil bloggen, met Scot wil wandelen en ondertussen via Whatsapp contact wil onderhouden met vrienden of familie, stort ik in. Niet gek, want hoeveel balletjes moet je tegelijkertijd in de lucht kunnen houden? Maar toch neem ik het mezelf kwalijk, omdat ik het jarenlang wel gelijktijdig kon en nu ineens niet meer.

Therapie

Het werd duidelijk dat ik dit niet zelf aankon en dat ik hulp nodig had om deze killer burn-out neer te kunnen halen. Aan het eind van de zomer startte ik met therapie. Het aantal sessies ging al snel van één naar twee keer per week, hoe meer hoe beter, right? Lekker snel doorrammen en dan sta je zo weer buiten. Je ziet het al misgaan, en het ging mis. De diepe dalen die ik dacht te kennen, bleken nog dieper te kunnen. Grenzen waren lang niet zo flexibel als ik dacht en mijn energie was lager dan de motivatie om daar wat aan te doen.

De tijd vliegt maar door en ik sta stil. Althans, zo voelt het. De grote stappen die ik met therapie leer maken, geven minder voldoening dan de to do-lists die ik vroeger zonder moeite kon afstrepen. Ik ga maar door, door voor de levenslessen en door voor het gevoel dat het beter gaat, beter kan en beter wordt.

Share: